Zoeken door alles

Zoeken door alles

 

In het kort

Gedurende de bezettingsjaren werkten sommige Nederlanders vrijwillig mee met de Duitsers: de collaborateurs. Zij steunden en hielpen de nazi’s, onder meer bij de vervolging van Joden en het oprollen van verzetsorganisaties. Motivaties varieerden van simpel financieel gewin tot een diepe nationaalsocialistische overtuiging.

Na de Bevrijding ondergingen ruim 300.000 verdachte Nederlanders de bijzondere rechtspleging (CABR). De CABR-dossiers berusten bij het Nationaal Archief te Den Haag. Aanvankelijk spoorde het Militair Gezag verdachten van collaboratie op. De Politieke Opsporingsdienst (daarna de Politieke Recherche Afdeling) nam de opsporing later over.

‘Politieke delinquenten’ zaten vast in Maastricht, eerst op het politiebureau, later in het Huis van Bewaring en in de tijdelijke gevangenis. Van de tijdelijke gevangenis in de Grote Looijersgracht 17 zijn geen archieven bewaard gebleven. Veroordeelden kwamen terecht bij de mijnen en in kampen. Deze kampen raakten snel overvol, wat leidde tot de roep om kleine vergrijpen niet te vervolgen. Ook de Katholieke Kerk speelde een rol in het ontstaan van dit sentiment.

De ‘zuivering’ van ambtenaren werd opgepakt door het Militair Gezag, maar kwam vanaf 1945 in handen van het Centraal Orgaan op de Zuivering van Overheidspersoneel. Op landelijk niveau verschenen zuiveringscommissies ressorterende onder de ministeries. Binnen de provincie gingen de Commissaris van de Koningin (Gouverneur) en Provinciale Staten over de zuivering van de burgemeesters en ambtenaren.

 

Let op! Op deze archieven kunnen openbaarheidsbeperkingen rusten. In sommige gevallen kan ontheffing verleend worden. Zorg dat u tijdig een ontheffingsverzoek indient via: Inzage beperkt openbare archieven.

 

 

Archiefstukken berustende bij het HCL

 

HCL Maastricht

 

HCL Heerlen

 

Relevante literatuur

 

Titel en auteur

Vindplaats bij HCL Maastricht / Heerlen

A.M.J. Schoot Uiterkamp, Kolen en kampen. Tewerkstelling van politieke delinquenten in Nederlandse steenkolenmijnen, 1945-1958 (Maastricht, 2022).

SHC EAY 368 / NA

A.D. Belinfante, In plaats van Bijltjesdag. De geschiedenis van de Bijzondere Rechtspleging na de Tweede Wereldoorlog (Assen, 1979).

SHC EAC 397 / 21 F 31 / 2658

S. Faber en G. Donker, Bijzonder Gewoon. Het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (1944-2000) en de ‘lichte gevallen’ (Haarlem, 2000).

NA / BR. BY 81 / 19755

J. Meihuizen, Noodzakelijk kwaad. De bestraffing van economische collaboratie in Nederland na de Tweede Wereldoorlog (Amsterdam, 2003).

SHC EAQ 083 / NA

P. Romein, Snel, streng en rechtvaardig. Politiek beleid inzake de bestraffing en reclassering van ‘foute’ Nederlanders 1945-1955 ([Houten] 1989).

NA / 31 B 32 / 7248

P. Romijn, Burgemeesters in oorlogstijd. Besturen tijdens de Duitse bezetting (Amsterdam, 2006).

SHC EAW 702 / NA

K. Groen, Landverraad. De berechting van collaborateurs in Nederland (Weesp, 1984).

NA / 27 A 5 / 445

J. Silbertant, Met Mussert Hou Zee! De Nationaalsocialistische beweging en haar leden in Valkenburg (L) 1933-1949 (

SHC EAY 448

Pierre Hupperts, Recht en onrecht. Na de Tweede Wereldoorlog Zuid-Limburg / Gulpen-Wittem (Heerlen 2024).

SHC EAY 515

K. Aerts, D. Luyten, B. Willems, P. Drossens en P. Lagrou, Was Opa een nazi? Speuren naar het oorlogsverleden (Tielt, 2017).

x

H. Grevers, Van landverraders tot goede vaderlanders. De opsluiting van collaborateurs in Nederland en België, 1944-1950 (Amsterdam, 2013).

x

J.H. Kompagnie (red.), De Oorlogsgids. Met antwoorden op de 25 meest gestelde vragen over de oorlogsarchieven van het Nationaal Archief (Meppel, 2005).

SHC EAY 374

I. Tames, Doorn in het vlees. Foute Nederlanders in de jaren vijftig en zestig (Amsterdam, 2013).

x

I. Tames, Besmette jeugd. Kinderen van NSB’ers na de oorlog (Amsterdam, 2009).

x

LONGREAD | Tussen oorlogswraak en rechtsstaat - NIOD

 

Bijzonder bestraft: context, analyse en waardering van de bijzondere rechtspraak door de Kamer Groningen van het Bijzonder Gerechtshof Leeuwarden en van cassaties in Groningse zaken | Scholarly Publications

 

 

Andere archiefdiensten

 

Wat?

Waar?

Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging

Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR) | Nationaal Archief

Nationaal Archief, Den Haag

HCL Heerlen, tijdelijke voorziening CABR

2.09.42.01 Inventaris van het archief van de Stichting Toezicht Politieke Delinquenten (STPD), 1945-1951 (1953) | Nationaal Archief

Nationaal Archief, Den Haag

Oorlogsarchief Rode Kruis

Nationaal Archief, Den Haag

Ministerie van Binnenlandse Zaken

[i.v.m. zuivering van burgemeesters]

Nationaal Archief, Den Haag

Materiaal over ‘foute personen’, o.a. Sichterheitsdienst en archief NSB.

Zie: Materiaal over ‘foute’ personen - NIOD

NIOD Amsterdam

Kopieën van de documenten verzameld door de Berlin Document Centre, ten behoeve van de Neurenbergprocessen:

Records Relating to Membership in the Nationalsozialistische Deutsche Arbeiterpartei (NSDAP), 1945–1994

U.S. National Archives and Records administration

 

 

 

Instructie I: zoeken in de processen-verbaal van de gemeentepolitie Maastricht 20.108B

 

https://www.archieven.nl/mi/1540/?mivast=1540&mizig=210&miadt=38&miview=inv2&milang=nl&mizk_alle=20.108B&micode=20.108B

 

Bijzondere Rechtspleging

Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog richtte de Nederlandse regering een speciaal rechtssysteem op om mensen te berechten die werden verdacht van collaboratie met de Duitse bezetter. Dit heette de Bijzondere Rechtspleging. Onderdeel van de vervolging was het vooronderzoek. Na een verdenking en arrestatie werden verdachten verhoord en bewijsstukken verzameld voor de rechtszaak. Dit gebeurde op lokaal niveau door ca. 200 opsporings- en onderzoeksdiensten verspreid over heel Nederland, zoals de Politieke Opsporingsdiensten (POD’s) en de Politieke Recherche Afdelingen Collaboratie (PRAC’s).

Limburg

Ten tijde van de bevrijding van Limburg was de Bijzondere Rechtspleging nog niet sterk gestructureerd. Aanvankelijk spoorde het Militair Gezag in Limburg verdachten van collaboratie op. De Politieke Opsporingsdienst (daarna de Politieke Recherche Afdeling) nam de opsporing later over.

Limburg was opgesplitst in arrondissementen en die arrondissementen in meerdere kantons. Ieder kanton had een Politieke Recherche Afdeling bestaande uit medewerkers van de Gemeentepolitie, Rijkspolitie en Koninklijke Marechaussee uit zowel de hoofdzetel als uit andere gemeentes in het kanton.

Maastricht

In het kanton Maastricht bestond de Politieke Recherche Afdeling dus uit medewerkers van de Gemeentepolitie Maastricht, maar ook medewerkers uit andere plaatsen, zoals Gulpen en Valkenburg. De bewijsstukken die deze Politieke Recherche Afdeling verzamelde vormden de basis voor de Bijzondere Rechtspleging. Deze processen-verbaal zijn gedeeltelijk bewaard gebleven in het archief van de Gemeentepolitie Maastricht, dat berust bij het HCL Maastricht.

Het archief van de gemeentepolitie Maastricht bevat ruim 50 dozen processen-verbaal van personen gearresteerd na de Bevrijding. Deze zijn op jaar opgeborgen en beginnen bij inv.nr. 110. De processen-verbaal zijn per jaar genummerd vanaf 001. Ze lopen tot 1948, het jaar waarin de Politieke Recherche ophield te bestaan. In 1948 werden alleen nog de lopende zaken afgerond.

U heeft een naam, jaartal en woonplaats nodig om een persoon te vinden. De woonplaats betreft de woonplaats op het moment van aanhouding of voordat men gevlucht was. 

Let op! Dit archief bevat alleen processen-verbaal van inwoners van Maastricht. De andere processen-verbaal werden voor opslag opgestuurd naar de politieafdeling van de woonplaats.

Inventarisnummer 100 betreft een doos met verschillende, provisorisch opgestelde alfabetische klappers. Met behulp van deze klappers kan op naam naar een arrestant worden gezocht. Zo vindt u tevens het relevante jaar van aanhouding en het verbaalnummer. Hiermee kunt u de juiste doos opvragen.

NB. Let hierbij niet op de formele vormgeving van de klappers.

 

Inv.nrs. 110 t/m 113 – 1944 = processenverbaal nr. 001 t/m 337

Inv.nrs. 114 t/m 121 – 1945 = Repatriëringen*

Inv.nrs. 122 t/m 134 – 1945 = processenverbaal nr. 002 t/m 974

Inv.nrs. 134 t/m 149 – 1946 = processenverbaal nr. 001 t/m 1209

Inv.nrs. 150 t/m 158 – 1947 = processenverbaal nr. 001 t/m 827

Inv.nrs. 159 t/m 161 – 1948 = processenverbaal nr. 001 t/m 159

 

De volledige procesdossiers bevinden zich in het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging, berustende in het Nationaal Archief te Den Haag. Deze bevatten ook de processen-verbaal van de Maastrichtse gemeentepolitie. In principe hebben alle aangehouden personen een CABR-dossier.

Na 1947 is de PRA gestopt en zijn de dossiers van politieke delinquenten overgebracht naar ministerie van binnenlandse zaken en koninkrijksrelaties, ministerie van justitie of bij het Nationaal archief. Dit staat compleet los van het CABR. Bij het HCL zijn geen van deze gevallen te vinden.  

 

*Proces-verbaalnummer voorzien van een R. Deze betreffen de controle van uit het buitenland terugkerende personen, veelal vrouwen, met een band met verdachte personen, bijvoorbeeld echtgenotes.

 

Let op! Op deze archieven rusten openbaarheidsbeperkingen. In sommige gevallen kan ontheffing verleend worden. Zorg dat u tijdig een ontheffingsverzoek indient via: Inzage beperkt openbare archieven.

 

Instructie II: zoeken in de inschrijvingsregisters van het Huis van Bewaring te Maastricht 07.A17

 

https://www.archieven.nl/mi/1540/?mivast=1540&mizig=210&miadt=38&miview=inv2&milang=nl&micode=07.A17

 

In Maastricht kwam een deel van de opgepakte collaborateurs terecht in het Huis van Bewaring. Het archief 07.A17 Huis van Bewaring bevat inschrijvingsregisters. De Registers P (inv.nr. 57-61) bevatten de namen van ‘politieke delinquenten’ gearresteerd tussen 1943 en 1944. Deze registers geven informatie over door wie ze opgepakt werden, wanneer en over eventuele vrijlating.

Er zijn geen naamklappers beschikbaar voor de Registers P.

NB. Er is geen archief beschikbaar voor de gevangenis aan de Grote Looierstraat 17.

 

Let op! Op deze archieven rusten openbaarheidsbeperkingen. In sommige gevallen kan ontheffing verleend worden. Zorg dat u tijdig een ontheffingsverzoek indient via: Inzage beperkt openbare archieven.

 

Instructie III: zoeken in de dossiers van pleegkinderen 07.A12 Provinciale Inspectie en Tehuizen voor de Bijzondere Jeugdzorg in de provincie Limburg

 

Kinderen ‘wier ouders tengevolge van politieke omstandigheden gearresteerd of voortvluchtig zijn’ werden na de Tweede Wereldoorlog opgevangen door de Bijzondere Jeugdzorg. In het archief 07.A12 bevinden zich summiere dossiers van deze kinderen. Hierin staan hun namen, geboortedatums en verblijfplaatsen en in veel gevallen ook de naam en het adres van de voogd. Informatie over de ouders is beperkt. Vaak worden van de ouders alleen de verblijfplaats en de naam genoteerd. Soms zijn kleine aantekeningen of losse documenten toegevoegd die iets vertellen over het kind (bijvoorbeeld ‘lid van Jeugdstorm’) of de ouders (bijvoorbeeld ‘vrijgelaten’).

 

Dit archief bevat namenlijsten van pleegkinderen. Deze zijn niet alfabetisch geordend:

  • Lijsten pleegkinderen – inv.nr. 13-14
    • nr. 13: Contracten van uitbesteding
      • Deze bevatten informatie over pleegouder (naam, beroep, adresgegevens en eventuele vergoeding) en over het pleegkind (naam, geboortedatum).
    • nr. 14: Lijsten kinderen in verschillende pleegzorglocaties
      • Deze bevatten informatie over kind (naam, geboortedatum, vroegere adres en verblijfplaats).

De dossiers van kinderen in de jeugdzorg zijn doorzoekbaar door middel van klappers of registers op de naam van het kind:

  • Dossiers pleegkinderen (1945-1948)
    • Klappers op dossiers (1945-1948) – inv.nr. 18 (alfabetisch) en 19 (numeriek)
      • nr. 18: Het nummer in de rechterkolom van het alfabetisch register correspondeert met de tweede kolom van numeriek register (inv.nr 19). Let er op dat kinderen uit hetzelfde gezin doorgaans hetzelfde nummer toegewezen kregen. Er zijn meerdere nummerreeksen, sommige alfanumeriek. Deze nummers zijn gelijk aan het dossiernummer (inv.nr. 20-36).
      • nr. 19: De eerste kolom van links betreft het volgnummer. Ieder kind heeft een uniek volgnummer. De tweede kolom bevat het dossiernummer. Meerdere kinderen kunnen één dossier delen.
    • Dossiers - inv.nr. 20-36
      • De dossiers zijn geordend op dossiernummer, maar op de omslag staan ook de unieke volgnummers van de betreffende kinderen uit inv.nr. 19.
    • Registratiekaarten persoons- en verblijfsgegevens – inv.nr. 37-52, 53, 54
      • Deze registerkaarten bevatten een volgnummer, de betreffende commissie, de voor- en achternaam en de geboortedatum van het kind. Ook vind je de naam en het adres van de pleegouder(s) en de periode van pleegzorg. In sommige gevallen is er een aantekening toegevoegd (bijvoorbeeld ‘vertrokken naar…’)
    • Tehuis St. Magdelena, Horn (Baexem)
      • Register – inv.nr. 60 (chronologisch)
        • Dit register ordent de ingekomen kinderen per jaar. In de eerste kolom staan de unieke volgnummers. In de tweede kolom staat het dossiernummer. Eén dossier kan meerdere kinderen betreffen.
        • Kolom dossiernummers pas vanaf 1946 opgenomen.
      • Dossiers – inv.nr. 61-64 (numeriek)
        • Op dossiernummer. Op omslag de achternaam van het kind.
      • Tehuis St. Lodewijk, Vlodrop
        • Register - inv.nr. 77-80 (chronologisch)
          • Dit registers ordent de ingekomen kinderen chronologisch. De naam, het verblijfadres en de geboortedatum werden geregistreerd.
        • Dossiers – inv.nr. 81-88 (alfabetisch)
          • De dossiers zitten alfabetisch geordend op achternaam.

NB. Van het kinder-doorgangshuis Heerlen en kinder-doorgangshuis Maastricht zijn alleen registers van opname en vertrek van pleegkinderen beschikbaar.

 

Meer informatie over dit archiefbestand vindt u hier: 07.A12 Provinciale Inspectie en Tehuizen voor de Bijzondere Jeugdzo... (Historisch Centrum Limburg, te Maastricht) - Sociaal en Regionaal Historisch Centrum voor Limburg (archieven.nl).

 

 

Uitgelicht