Mensen die in Duitsland werkten hadden vanaf 1876 een nationaliteitsbewijs nodig. Ze moesten kunnen aantonen staatsburger te zijn van een bepaald land, bijvoorbeeld om niet verplicht te worden tot dienst in het Duitse leger. De nationaliteitsbewijzen zijn een goede bron voor onderzoek naar mensen die in deze jaren, tijdelijk of blijvend, over de oostgrens verdwenen zijn.
De aanvragen tot een nationaliteitsbewijs berusten in het Provinciaal Archief (inv. nr. 6895-7283) en zijn alfabetisch geordend op familienaam. In onze studiezaal te Maastricht is een klapper beschikbaar.